Slag om de Grebbeberg: strijd om Wageningen en Rhenen in mei 1940

eindred. Saskia Minjon. – Utrecht : Matrijs, 2015. – 1e dr. – 248 p. ; ill. – lit. opg. ISBN 978 90 5345 489 3

Honderden foto’s met bijschrift geven, samen met informatie opgedaan uit dagboeken en oorlogsherinneringen van militairen en burgers, een gedetailleerd beeld van de strijd, de bezetting, overwinning en verwoesting van de Grebbelinie.

Na de algehele mobilisatie in 1939 besloot generaal Winkelman in 1940 om de hoofdverdedigingslinie in te richten bij de Grebbeberg, maar toen de strijd losbarstte, bleken de geplande verdedigingswerken niet klaar te zijn. Er moest onevenredig veel tijd gestoken worden in onderhoud van de linie, waardoor de training van de manschappen onvoldoende bleef.

Door de uitstekende voorbereiding van de Duitse krijgsmacht wist Duitsland dat de Grebbeberg de beste plek was om de Grebbelinie te doorbreken.

Op 10 mei werd de oorlogstoestand afgekondigd, werd alles en iedereen in staat van paraatheid gebracht en is men begonnen met het evacueren van de burgerbevolking naar diverse plaatsen in Zuid-Holland.

In de nacht van 10 op 11 mei 1940 begon de eigenlijke slag om de Grebbeberg. Door het gebrek aan telefoonlijnen communiceerde men via ordonnansen. In de loop van de dag lukte het de Duitsers om steeds meer posten in te nemen. Een algehele inname werd die dag voorkomen door een Nederlandse tegenaanval van artillerievuur.

Van 11 op 12 mei gingen de aanvallen van Duitsland gewoon door. In de middag was de oostelijke helft van de Grebbeberg in Duitse handen. In de vooravond kwamen voor het eerst Nederlandse gevechtsvliegtuigen te hulp. Een aanval ’s avonds laat doorbrak de stoplijn en zorgde voor verwarring en angst bij de Nederlandse troepen. Veel soldaten vluchtten, maar het grootste gedeelte hield stand en voorkwam dat de Grebbeberg die dag ingenomen werd.

Op 13 en 14 mei bleven de Duitse acties aanhouden en de Nederlandse troepen moesten door vermoeidheid, gebrekkige informatie en slecht gecoördineerde tegenaanvallen steeds meer terrein prijsgeven.

Aan het einde van de dag op 14 mei werd – na het bombarderen van Rotterdam – de capitulatie van Nederland een feit. Rhenen en Wageningen waren grotendeels verwoest.

In de dagen erna werd, zowel door Duitse als door Nederlandse manschappen – maar ook door burgers – heel hard gewerkt om de gesneuvelden te begraven en het puin op te ruimen.

De eerste evacués keerden op 17 mei terug naar huis, de laatste kwamen op 29 mei weer. Voedsel werd verstrekt door de gemeente en overal werden hulpcomités opgericht.

Vanaf het allereerste begin is er veel belangstelling geweest voor het slagveld en de begraafplaats en nog steeds vindt op 4 mei de dodenherdening plaats tegenover de begraafplaats.

Een zeer indrukwekkend en gedetailleerd boek. Een heldere weergave van de feiten, maar met onverwacht ontroerende en persoonlijke momenten, met name in deel drie.

 


[ Nieuwsarchief ]